Gemilitariseerde schepen van de Gouvernements Marine Gouvernementsschepen van het type Aldebaran

Bron: http://www.go2war2.nl/artikel/2506/Gemilitariseerde-schepen-van-de-Gouvernements-Marine.htm?page=7

foto niet geladen

Vlak voor de Eerste Wereldoorlog had de Gouvernements Marine dringend behoefte aan enkele nieuwe schepen ter vervanging van een aantal verouderde vaartuigen. Om tot een juiste vergelijking te komen van de voor- en nadelen, verbonden aan aanbouw in Nederland of bij de nieuwe scheepsbouwfaciliteiten op het Marine Etablissement te Soerabaja, werd besloten om de Bellatrix te laten bouwen in Nederland en de Aldebaran in Soerabaja. De Aldebaran werd ontworpen naar plannen van de Hoofdinspecteur van Scheepvaart en in 1913 gebouwd. De plannen werden naar de Rijkswerf te Amsterdam gezonden waar de Nederlandse ingenieurs aan de slag gingen om met een eigen ontwerp te komen. De bouw van de Bellatrix begon in 1914. De stabiliteit van de Bellatrix bleek vele malen beter te zijn dan die van de Aldebaran. De Aldebaran was 0,75 meter smaller dan de Bellatrix en vooral als er weinig kolen en zoet water aan boord waren, nam de zeewaardigheid van het schip af. Daarom werd besloten om twee zusterschepen van de Bellatrix, de Canopus en de Deneb, te laten bouwen in Amsterdam ondanks dat de kosten hoger waren. Bovendien werd in 1918, bij Gusto in Schiedam, de Gemma besteld en gebouwd. Om bij het Marine Etablissement tot meer ervaring met scheepsbouw te komen en om de kosten te drukken werden in hetzelfde jaar de Eridanus en in 1923 de Fomalhaut besteld en gebouwd in Soerabaja, nog steeds op basis van de plannen en wensen van de Dienst van Scheepvaart.

Hr. Ms. Aldebaran

Bouwwerf: Marine Etablissement te Soerabaja, 1913
Grootste lengte: 53,36 meter
Grootste breedte: 8,23 meter
Diepgang: 3 meter
Waterverplaatsing: 892 ton
Machine-installatie: 1 x triple expansie stoommachine
Machinevermogen: 820 pk
Maximale snelheid: 12,25 knopen
Bemanning: 44 koppen
Bewapening: geen

Na haar in dienst stelling werd de Aldebaran als stationschip en schip voor algemene doeleinden gestationeerd in Soerabaja op Java en vanaf 1925 in Makassar, Zuid-Celebes. Op het moment dat de schepen van de Gouvernements Marine gemilitariseerd werden, was de Aldebaran, met al haar stabiliteitsproblemen, als logement- en wachtschip toegewezen aan station Soerabaja. Als Hr. Ms. Aldebaran bleef zij deze taak, onder commando van gezaghebber J.H. Verkerk vervullen. Op 2 maart 1942 werd de Aldebaran op haar ligplaats aan de Genuakade te Soerabaja door haar eigen bemanning tot zinken gebracht. Het schip werd in 1943 op last van de Japanners gelicht, overgebracht naar Tandjong Priok, maar niet gerepareerd. Na de oorlog werd het casco in Tandjong Priok teruggevonden maar was in zo slechte staat dat het afgeschreven moest worden.

Hr. Ms. Bellatrix

Bouwwerf: Rijkswerf te Amsterdam, 1914
Grootste lengte: 53,4 meter
Grootste breedte: 9 meter
Diepgang: 3 meter
Waterverplaatsing: 820 ton
Machine-installatie: 1 x triple expansie stoommachine
Machinevermogen: 820 pk
Maximale snelheid: 12 knopen
Bemanning: 45 koppen
Bewapening: 1 x 7,5cm kanon (Bellatrix en Canopus), 2 x 3,7cm kanonnen (Deneb)

De Bellatrix werd na haar indienststelling bij de Gouvernements Marine, op 18 mei 1915, ingedeeld als stationschip te Olehleh, Noord-Sumatra. In 1939 werd de Bellatrix tijdelijk afgelost door Hr. Ms. Poolster. Na de aflossing werd Hr. Ms. Bellatrix, onder commando van gezaghebber B. Cornelisse, ingezet voor de bewaking van de wateren rond Bali en Lombok en vanaf mei 1940 van Straat Soenda, tussen Java en Sumatra, met als basis Tandjong Priok. Tegelijkertijd werd Hr. Ms. Sirius toegevoegd aan de Bellatrix zodat de schepen elkaar konden aflossen. Op 19 februari 1942 werd de Bellatrix onderdeel van de nieuwe Bewakingsdienst West-Java. Hr. Ms. Bellatrix lag op 1 maart 1942 in de haven van Tandjong Priok op de westerboeien afgemeerd. Omdat de mogelijkheid van uitwijken wegens de grote vijandelijke luchtactiviteit en het ageren van Japanse oorlogsschepen in Straat Soenda en de westelijke Javazee onmogelijk werden geacht, werd de Bellatrix in de eerste binnenhaven door de eigen bemanning tot zinken gebracht. Het is onbekend of het wrak door de Japanners werd gelicht.

Hr. Ms. Canopus

De Canopus werd op 1 januari 1916 in dienst gesteld bij de Gouvernements Marine en als stationsschip gestationeerd te Tandjong Pinang in de Riouw Archipel, net onder Singapore. Na de militarisering van de Gouvernements Marine werd Hr. Ms. Canopus tijdelijk gestationeerd in Koepang, de hoofdstad van Nederlands Timor.

Om te voorkomen dat Japan het neutrale Portugese deel van Timor zou bezetten besloten de Australische en Nederlands Oost-Indische regeringen, meteen na de Japanse aanval op Pearl Harbor, om dit deel van Timor in te nemen. Op 15 december ankerde de kanonneerboot Hr. Ms. Soerabaja voor Koepang, de hoofdstad van het Nederlandse deel van Timor. `s Nachts scheepten zich 200 soldaten van het Koninklijk Nederlands Indische Leger (KNIL) en 200 manschappen van de Australian Imperial Force in op het Nederlandse oorlogsschip. De volgende morgen ging het schip op weg naar Dilly, de hoofdstad van het Portugese deel van Timor, voorafgegaan door de Canopus. Aan boord van het Gouvernements Marineschip bevonden zich de Nederlandse en Australische onderhandelingsofficieren kolonel N.E.C. Dertiger en Colonel D. Legatt. Op 17 december kwamen de schepen aan voor Dilly, maar de Soerabaja bleef buiten de territoriale wateren wachten. Hr. Ms. Canopus debarkeerde de onderhandelingsofficieren te Dilly waar zij de Portugese gouverneur, Manuel D`Abreu Ferreira de Catvelho, verzochten geallieerde troepen toe te laten. De gouverneur vroeg een uur bedenktijd maar toen dit uur verstreken was en een positief antwoord vooralsnog uitbleef, verstoomde Hr. Ms. Soerabaja tot 100 meter voor de kust van Dilly waar het ontschepen van de troepen begon. Ruim een uur later, omstreeks 12:45 uur stonden de 400 geallieerde militairen aan land en nam de Soerabaja voor de stad positie in om, indien nodig, in te grijpen met de beide 28cm kanonnen. De 800 manschappen van de Portugese gouverneur verzetten zich echter niet zodat de bezetting van Portugees Timor vreedzaam verliep.

De Canopus bleef daarna nog enige tijd stationschip in Koepang en fungeerde tevens als moederschip voor vliegboten. Op 3 februari 1942 moest Hr. Ms. Canopus uitwijken naar Tjilatjap omdat de Japanners geland waren op Timor en omdat het schip tijdens een bombardement enige schade had opgelopen. Op 5 maart 1942 werd de Canopus te Tjilatjap getroffen door een Japanse bom, brandde uit en zonk. Het wrak werd door de Japanners gelicht en hersteld en in de vaart gebracht als Ariake Maru. Na de oorlog werd het schip in Tandjong Priok teruggevonden maar moest worden afgeschreven.

Hr. Ms. Deneb

De Deneb werd op 10 juli 1916 in dienst gesteld bij de Gouvernements Marine en was in de jaren `20 stationsschip te Menado, Noord-Celebes. Ten tijde van de militarisering van de Gouvernements Marine was de Deneb stationsschip in de Riouw Archipel met als basis Tandjong Pinang. Voor Hr. Ms. Deneb veranderde voorlopig nog niet veel. Commandant gezaghebber J.J. Neesen schreef in zijn dagboek: “Behoudens enige reeds ingestelde onderzoekingsdiensten bleven onze vredesdiensten voorlopig gehandhaafd. Om de beperking door die onderzoekingsdiensten van de vredesdiensten tegemoet te komen, was het station Riouw en Onderhorigheden de politiekruiser Hr. Ms. Ceramtoegewezen. Wel werden geregeld oefeningen gehouden met het geschut, karabijnen en revolvers. Het geblindeerd varen werd ingevoerd”.

Op 4 februari 1942 werd Hr. Ms. Deneb, bij het aanlopen van het eiland Zuid-Broeder, aan de zuidingang van Straat Doerian in de Riouw Archipel, aangevallen door zeven tweemotorige Japanse bommenwerpers. Doordat het schip niet over luchtafweergeschut beschikte, was het kansloos en tien treffers en near misses brachten het schip tot zinken. Bij de aanval vielen drie doden en ruim twintig zwaar gewonden.

Hr. Ms. Eridanus

Bouwwerf: Marine Etablissement te Soerabaja, 1918
Grootste lengte: 56,5 meter
Grootste breedte: 9 meter
Diepgang: 3,52 meter
Waterverplaatsing: 996 ton
Machine-installatie: 1 x triple expansie stoommachine
Machinevermogen: 840 pk
Maximale snelheid: 12,25 knopen
Bemanning: 54 koppen
Bewapening: 2 x 3,7cm kanonnen

De Eridanus werd in maart 1922 in dienst gesteld van de Gouvernements Marine en gebruikt als opnemingsvaartuig. Vanaf de militarisering deed het schip, onder commando van gezaghebber R. Troost, eveneens dienst als stationsschip vanuit Tandjong Priok. Vanaf december 1941 bewaakten Hr. Ms. Eridanus en Hr. Ms. Tydeman bij toerbeurt de noordelijke toegang van Straat Makassar, tussen Borneo en Celebes. Na de val van Makassar, halverwege februari 1942, trokken de Tydeman en de Eridanus zich terug naar Soerabaja. Op 2 maart werd Hr. Ms. Eridanus aan de Hollandpier te Tandjong Perak, vlakbij Soerabaja, door de eigen bemanning tot zinken gebracht omdat men aannam niet te kunnen ontkomen met het trage en slecht bewapende schip. Op 8 juni 1943 werd het schip door de Japanners gelicht, hersteld en verbouwd tot sleepboot en bergingsvaartuig onder de naam Enoshima Maru. Het schip werd pas teruggevonden op 2 november 1946 te Makassar en overgedragen aan de Dienst van Scheepvaart. Ten tijde van de soevereiniteitsoverdracht, in 1949, fungeerde de Eridanus als logementschip te Tandjong Priok en werd in die hoedanigheid overgedragen aan de Indonesische marine.

Hr. Ms. Gemma

Bouwwerf: Werf Gusto A.F. Smulders te Schiedam, 1918
Grootste lengte: 53,4 meter
Grootste breedte: 9 meter
Diepgang: 3,2 meter
Waterverplaatsing: 845 ton
Machine-installatie: 1 x triple expansie stoommachine
Machinevermogen: 840 pk
Maximale snelheid: 11,5 knopen
Bemanning: 44 koppen
Bewapening: 1 x 7,5cm kanon

De Gemma werd op 22 april 1920 in dienst gesteld bij de Gouvernements Marine en als stationsschip ingezet vanuit Koepang, Timor. Na de militarisering werd het schip, onder gezaghebber P.J. Frenay, toegewezen aan station Makassar, Zuid-Celebes. Halverwege februari 1942 moest Hr. Ms. Gemma opkomen naar Soerabaja om een reparatie te ondergaan met het oog op de uit te voeren oorlogsopdrachten. Hier kwam de Gemma echter niet meer aan toe omdat Celebes door de Japanners veroverd werd en Soerabaja ernstig bedreigd werd. Op 2 maart werd de Gemma door de eigen bemanning tot zinken gebracht aan de Endehkade te Soerabaja. Op 28 januari 1943 werd het schip op last van de bezetter gelicht, hersteld en onder naam Kita Maru als transport- en hulpschip in de vaart gebracht. Na de Tweede Wereldoorlog werd het schip te Makassar teruggevonden en overgedragen aan de Dienst van Scheepvaart. De Gemma werd bij de Gouvernements Marine gebruikt voor hydrografische werkzaamheden in de jaren 1946 en 1947. Daarna werd het schip gebruikt als logementschip te Soerabaja. In 1949 ging de Gemma als zodanig over naar de Indonesische marine.

Hr. Ms. Fomalhaut

Bouwwerf: Marine Etablissement te Soerabaja, 1923
Grootste lengte: 56,75 meter
Grootste breedte: 9,47 meter
Diepgang: 3,3 meter
Waterverplaatsing: 1.001 ton
Machine-installatie: 1 x quadriple expansie stoommachine
Machinevermogen: 855 pk
Maximale snelheid: 12 knopen
Bemanning: 47 koppen
Bewapening: 2 x 3,7cm kanonnen

Op 30 oktober 1923 werd de Fomalhaut in dienst gesteld van de Gouvernements Marine en toegewezen aan station Amboina in de Molukken. Na de militarisering van 1939 bleef de Fomalhaut op post in de Molukken. Op 8 februari 1942 kreeg Hr. Ms. Fomalhaut, samen met Hr. Ms. Albatros, opdracht om de vrouwen en kinderen van de opvarenden aan boord te nemen en via Koepang op te komen naar Java. Op het laatste traject werd een tanker van de KPM geëscorteerd. Op 24 februari liep de Fomalhaut schade op tijdens een Japanse luchtaanval op Soerabaja. Op 2 maart werd het schip door de eigen bemanning tot zinken gebracht op de rede van Soerabaja, tussen het Marine Etablissement en het Oostervaarwater in.